Sami

De zegeningen van een Sami sjamaan

Het is vrijdagavond. Ik heb net een hele dag gereisd, van Brussel naar Oslo naar Narvik, en ik ben doodop. Maar mijn avond moet nog beginnen. Per auto reis ik naar Gratangen, waar een Sami sjamaan op mij wacht.

Het is koud buiten, maar het sneeuwt niet echt. Af en toe komen de sterren piepen tussen de wolken, en ik kijk hoopvol uit naar een glimpje noorderlicht. Maar het licht van de auto’s en de lantaarnpalen is te sterk. Ik zie niks.

In vuur en vlam
In Gratangen word ik ontvangen in het huis van Ronald Kvernmo en zijn gezin. Er wordt niet veel gezegd, maar ik krijg een dikke overall die ik over mijn eigen kleren aantrek. Dat ding blijkt enorm onhandig. Terwijl ik worstel met de overall en mijn fotomateriaal, roept er iemand dat er noorderlicht te zien is. In mijn haast buiten te geraken, gooi ik bijna alles in mijn buurt omver.

Wanneer ik dan eindelijk buiten ben, staat de hele hemel in vuur en vlam. Ik vervloek mezelf dat ik mijn statief niet bij me heb, en probeer uit de losse pols snel wat foto’s te maken. Dit is het felste noorderlicht dat ik ooit zag.

Veel tijd om er van te genieten heb ik echter niet. De sjamaan wacht.

Sami

Sami sjamaan Ronald met zijn gezin, in traditionele kledij.

De Sami in de moderne wereld
Van oudsher waren de Sami een nomadisch volk, dat in het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland de jaarlijkse trek van hun kuddes rendieren volgden. Het volk bestaat uit verschillende stammen, met hun eigen talen en dialecten, die toch min of meer verwant zijn aan elkaar.

De Samicultuur werd fel vervolgd, vooral toen het Christendom opkwam. De Sami religie werd verboden en het volk keerde zich tot de kerk. Veel van hun cultuur ging verloren. Tegenwoordig zijn er nog maar heel weinig nomadische Sami. De meesten hebben zich gevestigd op een vaste plaats en leven precies zoals iedereen dat doet.

Toch zie je dat de Samicultuur gekoesterd wordt door wie er deel van uitmaakt. Mensen hebben weer interesse in hun afkomst, willen meer leren over wat Sami zijn inhoudt. Mensen zoals Ronald Kvernmo leven zo goed en zo kwaad als hun voorouders dat zouden doen, en laten je proeven van de Sami cultuur.

Sami

Ronald bereidt zich voor op de ceremonie. Het vuur flakkert op.

Een heilige drank van paddenstoelen
Ronald wacht me op in een vaste lavvu, een houten versie van de nomadische tenten van weleer. Binnenin brandt een vuur en er hangt een kruidige geur. Zowel Ronald als zijn vrouw en kinderen dragen traditionele kledij. Het felle blauw en rood past vreemd genoeg perfect in het besneeuwde landschap, in de rokerige lavvu.

Met zichtbare trots vertelt Ronald over zijn leven als moderne Sami. Het moet bijzonder zijn om je zo sterk een deel van een volk te voelen. Terwijl hij vertelt, geeft hij me chaga te drinken, een heilige drank, gemaakt van de chaga paddenstoel, of de berkenweerschijnzwam, gember en honing. Het heeft een bittere bossmaak.

Wanneer de chaga op is, geeft Ronald me een stukje gedroogde tonderzwam. Hij maakt zich klaar voor de ceremonie. Ik moet mijn camera aan de kant leggen.

Een noorderlichtceremonie
Ik draai het stukje tonderzwam om en om in mijn handen. Ronald haalt een handtrom tevoorschijn en begint zachtjes te trommelen. Soms vervalt hij in monotoon gezang, joik genaamd. Soms vertelt hij wat hij precies doet. Hij noemt ingewikkelde namen van godinnen die in de lavvu wonen.

In de deuropening van de lavvu woont Uksahkka, de grootmoeder-in-de-deur. In het vuur leeft Sarahkka. Zij houdt van zwangere vrouwen en kinderen. In het bijzonder meisjes. Achter de plaats waar het voedsel wordt bewaard in de lavvu, woont Juoksahkka, de boog-vrouw. Ook zij houdt van kinderen, maar ze verkiest jongens. Ronald noemt de godinnen, en spreekt hen toe.

Hij vertelt hoe de Sami geloven dat het noorderlicht de zielen van onze voorouders bevat. Wanneer zij dansen, zie je ze aan de hemel. Terwijl hij trommelt en zingt, roep ik mijn voorouders aan. Ik spreek tot mijn grootmoeders. Beide sterke vrouwen op hun eigen manier. Ik kan hen niks bevelen, maar ik kan hen vragen om zich aan mij te tonen. Als offer gooi ik het stukje tonderzwam in het hart van het vuur. Het stuitert alle richtingen uit en landt uiteindelijk naast de vlammen. Maar dat is niet erg. Sarahkka aanvaardt het offer.

Kippenvel en rendiersoep
Na de ceremonie krijg ik nog een beker chaga. Ik zwijg en nip van de thee. Onder die enorme overall voel ik kippenvel over mijn huid kruipen. De mensen in de lavvu vervallen in stille babbels. Het vuur knettert tussen ons ins. Iemand deelt borden met bidos uit, een voedzame soep gemaakt van knolgroente en rendiervlees. De rook van het vuur geeft een extra vleugje smaak.

De hele ceremonie heeft een diepe indruk op mij gemaakt. De rest van de avond ben ik een beetje in mijzelf gekeerd. Ik denk aan mijn grootmoeders, aan hoe weinig ik ze zag. Misschien had ik meer op bezoek moeten gaan. Het voelt vreemd om ze aan te roepen, gewoon omdat ik noorderlicht wil zien. Ronald verzekerd me dat ik amper de enige ben die met die gevoelens rond het vuur zit. Voorouders zijn vaak vergevingsgezind.

Sami

Het noorderlicht danst boven Narvik.

Noorderlicht in de moderne wereld
Heeft de ceremonie gewerkt? Ik weet het niet. Ik ben niet erg gelovig, ik heb weinig kennis van religieuze zaken. Maar de rest van mijn tijd in Noord Noorwegen kenmerkt zich met dikke golven noorderlicht aan de nachthemel. Ik zie meer kleuren, meer golvend en dansend dan ik ooit eerder zag.

Maar hoewel het noorderlicht zich elke avond laat zien, toch loopt het ook telkens weer mis. Er is mist, die de verlichting van de straten en de steden in een oranje gloed weerkaatst. Een auto schijnt zijn koplampen precies op het moment dat het noorderlicht losbarst.

De Sami sjamaan nam mij mee diep in de religie van een oeroud volk, maar de moderne wereld laat zich ook gelden.

Sami

De mist weerkaatst straatverlichting in een dikke, oranje gloed.

2 Comments
  1. mooi artikkel dank je wel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *