Sigiriya in Sri Lanka

Reisverhaal: voor het eerst in Sri Lanka

Een land kan in je hart kruipen zonder dat je echt weet waarom. Ligt het aan de wilde natuur? Aan zuiderse sferen of wuivende palmbomen en hagelwitte zandstranden? Of gaat het om iets heel anders, iets dat moeilijker te bevatten is?

Zelfs na jarenlang reizen vind ik het nog steeds spannend om ergens voor het eerst naartoe te reizen. Na een reis van bijna twintig uur stap ik met een ei in mijn broek van het vliegtuig in Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka. Het is mijn eerste bezoek aan Sri Lanka en mijn eerste bezoek aan Azië. Voor mij ligt een voor mij onbekend land op een voor mij onbekend continent. Mijn avontuur begint, ik kan niet meer terug.

Sri Lanka Negombo

Aankomen in Negombo

Met een krans zoetgeurende bloemen om mijn nek sta ik in de lobby van het Jetwing Blue hotel in Negombo. Net buiten de deur gonst het verkeer van toeterende bussen en tuktuks en motorfietsen, maar in de lobby is het rustig. Iemand reikt me een glas vruchtensap aan en buigt het hoofd met een hartelijk ayubowan. Ik imiteer het gebaar een beetje onhandig en krijg meteen een stralende glimlach terug.

Het is al bijna avond. Het gouden strand voor het hotel is weids en winderig en heerlijk warm. De palmbomen wuiven in het licht van de ondergaande zon. Na een frisse douche ga ik aan tafel op het zoele, zacht verlichte terras voor een goed pikante curry met rijst. Heerlijk na mijn lange heenreis. Ik ben dolgelukkig, ik ben eindelijk in Sri Lanka.

Sri Lanka Curry

Sri Lanka met de bus

Ik reis met een gids in een minibusje van Negombo, aan de westkust, dwars door het binnenland naar de oostkust, en weer terug naar de westkust. Vaak rijden we urenlang, maar dat is niet erg. Ik kijk uit het raam en laat Sri Lanka aan me voorbij glijden. Het land is zo kleurrijk, ik kan er uren naar zitten kijken.

Onderweg slaap ik in statige hotels en eet ik rijst en curries in kleine plaatsjes met namen waar je je tong op breekt. Ik bezoek de grottempels van Dambulla, maak de klim van 1200 treden naar de ruïnes van het Sigiriya fort en zie wilde olifanten en arenden in het Minneriya National Park.

Minneriya National Park

Tussen de ruïnes van de tempels van Polonnaruwa vertelt mijn gids me dat je geen foto’s kan nemen waarop je je rug naar Boeddha keert, want dat is respectloos. Ik vraag hem of de tempels dan nog steeds gewijd zijn en hij kijkt me niet-begrijpend aan. Natuurlijk zijn de tempels nog steeds tempels, zegt hij. Waarom zouden ze ophouden met tempels te zijn?
Misschien ligt het aan onze taalverschillen, misschien begrijpen we elkaar niet helemaal. Ik zou hem kunnen vertellen dat kerken soms ontwijd worden, maar zeg niets. Ik vind zijn ideeën mooier. Waarom zou een tempel ooit ophouden met een tempel te zijn?

Polonnaruwa

De oostkust van Sri Lanka

Halverwege mijn reis breng ik een paar dagen door in het prachtige Maalu Maalu Resort in Pasikudah, aan de oostkust. Sri Lanka is helemaal niet zo groot, maar toch is het landschap hier helemaal anders. Hagelwitte stranden en een azuurblauwe zee waar je kan snorkelen. Ik drink met mijn billen bloot, cocktails uit een kokosnoot. ’s Avonds is de donkere lucht boven de zee bezaaid met miljoenen sterren.

In de ochtend sta ik vroeg op. Nog geen kilometer verderop brengen vissers elke ochtend hun vangst aan land. Ze trekken kleurrijke boten op het strand en in de schaduw van de palmbomen wegen mannen en vrouwen de spartel-verse vis af.
In het midden van het gejoel hoor ik een vrolijk what is your name, miss. Een man met een getaande huid lacht me toe en biedt me een vis aan. Met mijn Belgische beleefd-verlegen lachje groet ik de man en wijs ik de vis af.

Maalu Maalu Resort

De bergen in

Van de oostkust buig ik weer af naar het binnenland. Het vlakke landschap van palmbomen en zandwegen maakt plaats voor groene bergen van Nuwara Eliya. Het is hier vochtiger dan aan de kust. Lage wolken hangen tussen de pieken en geven het geheel een mysterieus tintje. Wanneer de zon doorbreekt, krijgt de natuur een diepe, smaragdgroene kleur.

In de stad Kandy bezoek ik de Tempel van de Tand, een Boeddhistisch heiligdom van onschatbare religieuze waarde. Het complex is opgebouwd rond het schrijn van de tand van Boeddha, met open zalen en gaanderijen. Er liggen overal lotussen en andere bloemen – offers voor Boeddha – en er heerst een eerbiedige stilte.

Terwijl ik door de tempel dwaal, breekt er een onweer los. Regen valt over de open gaanderijen en spat op de plavuizen. Het geeft me het gevoel dat de tempel afgesloten is van de rest van de wereld. Een Boeddhistische monnik in een oranje gewaad loopt kalm door de tempel. Ik kijk toe hoe hij in stilte neerknielt. De monnik straalt een rust uit, een soort vrede die moeilijk te beschrijven is en die haaks staat op mijn eigen energie en drang om steeds maar weer door te gaan. Na een tijd staat de monnik weer op. Hij loopt me rustig voorbij en verdwijnt in de gangen van de tempel.

Sri Lanka Tempel van de Tand

De hoofdstad Colombo

Het laatste stuk van mijn reis brengt me van de bergen weer naar de westkust. Hier ligt Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka. Koloniale gebouwen staan zij aan zij met hoge kantoorgebouwen, een lotusvormige toren en tempels. In de smalle straten ertussen beweegt een zwerm voetgangers, tuktuks en bussen. Het lawaai is oorverdovend, de hitte moordend. Ik vind het geweldig.

Ik kom terecht in de Gangaramaya tempel, met een stupa, verschillende beeltenissen van Boeddha en kasten vol gebruiksvoorwerpen waarvan het doel me niet helemaal duidelijk is. Oude spullen, zoals aardewerk en ivoren figuren, en nieuwe spullen zoals plastic vliegtuigjes en een jachtgeweer. Tussen de hoge kasten zit een monnik, hij valt nauwelijks op in de kakofonie van spullen. Hij staat op, neemt zwijgend mijn hand in de zijne en knoopt een bandje om mijn pols. Een zegening, die pas volmaakt is wanneer het laatste koortje van het bandje doorgesleten is en het vanzelf van mijn lichaam valt. Ik dank hem met een zacht ayubowan en de man knikt kort voor hij weer gaat zitten en opgaat tussen de honderden, duizenden voorwerpen.

Colombo

Naar huis

En dan sta ik weer aan de luchthaven, mijn bagage in mijn koffer gepropt. Het voelt alsof ik net van een rollercoaster ben gestapt. Nooit had ik gedacht zo te houden van een land dat zo ver buiten mijn comfortzone ligt. Met tegenzin draai ik mijn rug naar mijn gids, naar mijn minibusje, en loop de luchthaven in.

De vlucht naar huis geeft me de tijd om wat uit te rusten. Ik probeer een film te bekijken, maar zit uiteindelijk meer op mijn telefoon naar de foto’s van de afgelopen dagen te kijken. Wat is het snel gegaan.

Sri Lanka is recht naar mijn hart gegaan en weer vraag ik me af waarom. Wat maakt dit land zo bijzonder? Waarom vind ik het zo moeilijk om Sri Lanka achter me te laten? En eigenlijk weet ik het antwoord wel: het zijn de mensen. De mensen die me met open armen ontvingen, die me zegenden met armbandjes, die voor even hun land en hun leven met me deelden.

Nog voor mijn vliegtuig in België aan de grond staat, weet ik al dat ik terug zal gaan. Terug naar Sri Lanka. Hoe sneller, hoe liever.

Zegening Sri Lanka

Dan nog even dit

Sri Lanka heeft het moeilijk. Net wanneer het land begint te herstellen van de pandemie en er weer toeristen kunnen komen, breekt de oorlog in Ukraine uit. Sri Lanka is deels afhankelijk van Rusland voor energie, en ontvangt gewoonlijk ook een fiks aantal Russische en Oekraïense toeristen.

De laatste tijd toont de media wel vaker beelden van onrusten in Sri Lanka, van betogingen en schermutselingen. Dat is niet wat ik zag tijdens mijn reis. Er zijn protesten, maar die verlopen doorgaans vreedzaam, zij het luid.

Sri Lanka is over de grote lijn een erg veilig land om te bezoeken en dat is, naar mijn aanvoelen, nog steeds zo. De frustraties die er zijn, zijn niet gericht op toeristen. Integendeel, toeristen worden steevast met een ongelofelijke warmte en een opmerkelijke veerkracht ontvangen. Je kan dus echt met een gerust hart naar Sri Lanka reizen.

Kijk op de website van Toerisme Sri Lanka voor meer informatie. Lees zeker ook de reisverhalen van mijn reisgenoten Sam, Bart, Werner, Maaike en Mireille.

Sigiriya
Sri Lanka
Dit artikel kan geschreven zijn in samenwerking met een van onze partners. Dat wil zeggen dat deze reis, dit product of dit artikel gesponsord of deel van een betaald partnership kan zijn, zodat jij kan genieten van gratis reisverhalen en tips.

6 responses to “Reisverhaal: voor het eerst in Sri Lanka”

  1. Jacintha Frantzen Avatar
    Jacintha Frantzen

    Wat een mooi reisverhaal. Heel herkenbaar. Wij zijn net een week terug en hebben het ook zo naar onze zin gehad in Sri Lanka. Prachtig land, heerlijk eten en zulke lieve mensen!

    1. Lot Wildiers Avatar

      Wat leuk om te horen dat jullie een soortgelijke ervaring hebben gehad. Waar zijn jullie precies geweest?

  2. Cindy rubben Avatar
    Cindy rubben

    Waw prachtig verhaal en ik ben een maand terug en ik heb hetzelfde gevoel. Nu al aan het kijken wanneer ik terug kan gaan. Prachtige natuur, lieve mensen, lekker eten, chill op de sletsen. Dus ook ik ben verliefd geworden.

    1. Lot Wildiers Avatar

      Ik ben blij dat ik niet de enige ben die zo hard gevallen is voor Sri Lanka.

  3. […] de meest ervaren reiziger wordt nog wel eens nerveus als ze een land of continent bezoeken waar ze nog nooit geweest zijn. Dat is heel normaal.  En, […]

  4. […] je voor het eerst naar Sri Lanka? Dan vind je mijn reisverhaal over mijn eerste bezoek of het artikel Sri Lanka voor beginners waarschijnlijk […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *