In het noordwesten van Polen vind je de tweelingsteden Toruń en Bydgoszcz. Ik leg beide steden naast elkaar in een tweeluik. Dit is de eerste stad: Torún.
Vanuit Charleroi vlieg je op minder dan twee uur naar Lódz. Naar Toruń is het nog een twee uur rijden over de licht lopende snelweg. Dit deel van Polen is voor mij onbekend terrein maar nog voor ik voet zet in het hotel, voel ik, proef en ruik ik al de warme charme van deze oude stad. Toruń is Werelderfgoed, door Unesco niet zomaar op de lijst gezet. Toruń, dat is gotiek. Peperkoek. Copernicus. Ik kan niet wachten om de stad in te duiken.



Hotel Bulwar Toruń
Ingebed in de oude stadsomwalling stap ik de indrukwekkend ruime lobby van Hotel Bulwar binnen. Het hotel ligt vlak bij het centrum, combineert een modern interieur met gezellig licht en biedt alles wat een gast zich wensen kan. Vanuit mijn kamer zie ik het maanlicht fonkelende juweeltjes toveren op de Wisla, de grootste rivier van Polen. Het hotel heeft voor mijn late hongertje nog een smakelijke oplossing gevonden, in de knusse warmte tik ik bij een glaasje wijn mijn eerste bevindingen op de laptop. Goed uitgeslapen en gesterkt door een voortreffelijk ontbijt, trek ik de stad in.

Het UNESCO centrum van Toruń
Onmiddellijk zie je waarom Unesco de stad in haar befaamde lijst heeft opgenomen. De smalle, kronkelende kasseistraatjes, de stadswal, de hier en daar schots en scheefstaande gebouwen. De gotische bouwstijl van de monumenten en praalhuizen en de weinige auto’s en parkeerplaatsen, de vele wandelaars en toeristen. Deze stad heeft nog een authentiek karakter, de Wisla stroomt voorbij zoals hij het al eeuwen doet, dit is een plek om het verleden te herbeleven.
Want eerst was Toruń zoals zoveel steden een nederzetting aan een rivier. Teutoonse ridders vonden hier vruchtbare grond en een veilige pleisterplaats. Doorheen de stad verspreid loop ik tegen dierenbeelden aan, zoals elke stad heeft ook Toruń haar verhalen en legendes. Zo heet onze Rattenvanger van Hamelen hier gewoon Ivo, speelt hij geen fluit maar viool en hij lokt geen kinderen met zich mee maar kikkers uit de vijver van de koning. Achter elke hoek een andere bezienswaardigheid. Een muurschildering van een eeuw geleden. Een toren zo scheef als die van Pisa. Je moet proberen er rechtop te blijven staan, lukt dat niet, dan heb je wat op je geweten. Het resultaat van mijn probeersels houd ik liever voor mezelf.


Het oude Stadhuis van Toruń
De binnenplaats van het Oude Stadhuis is een architecturale parel. Voorbij de donkere poort stap je in een stenen hof, omzoomd door een vierkant gebouw met muren van rode baksteen en tussen de booggalerijen smalle spitsboogramen in gotische stijl. Voor de ramen overschouwen levensechte de drukte.
In het stadsmuseum kan ik uren slijten. Er staan de prachtigste houtsnijwerken, beelden, portretten en schilderijen. De inspanning van de dag is het beklimmen van de toren, 176 treden. De beloning is een schilderachtig vergezicht over daken, straten en pleinen van de stad. Sneller dan ik wil moet ik weer verder. In de Sint-Janskathedraal verderop weer een staaltje zuivere gotiek. Ook hier vertelt elke houtsnede, elk beeld, elke muurschildering een verhaal.
Mijn honger stillen doe ik in het Restaurant Luizjana. Een hoge zoldering, gezellig ingericht, een jazzy muziekje. Een moment van rust. Het is aangenaam bijkomen en gezellig keuvelen, de rode bietensalade met honing is erg lekker en meer dan groot genoeg om mijn maag te vullen. Rode biet is in de Poolse keuken een vaak gesmaakt ingrediënt. Je kan er verrassend veel bereidingen mee op tafel toveren, zo zal ik nog leren.


Het Huis van Copernicus
De trots van Toruń is haar beroemdste inwoner, Copernicus. Wiskundige, arts, jurist, econoom en natuurlijk de eerste astronoom die kon bewijzen dat niet de aarde maar de zon het middelpunt vormt van ons heelal. Zijn geboortehuis staat aan de ulica Kopernika, zijn standbeeld siert het Oude Marktplein, de stadsuniversiteit is naar hem genoemd, het winkelcentrum draagt zijn naam, er is een Copernicus planetarium en wetenschapscenter. Scholen, instellingen, er is ook een Kopernik-hotel en enigszins tot mijn verbazing werd zelfs een massagesalon naar hem genoemd.
Natuurlijk wil ik zijn geboortehuis zien. Het huis van Copernicus is meer dan de moeite waard. Levensgrote poppen in een middeleeuwse setting geven op haast folkloristische wijze het leven uit de tijd van de geleerde weer. Verwonderd vergaap je je aan de in onze ogen natuurlijk primitieve instrumenten waarmee hij het moest doen, tegelijk groeit ook je respect voor de slimheid waarmee mensen omgingen met warmte en koude, bewaren van voedsel en de noden van de tijd.

De peperkoeken stad
Wie Toruń zegt, zegt niet alleen Copernicus, hij zegt ook peperkoek. In het Torún Peperkoekmuseum mag je in een workshop een peperkoekje maken van eigen deeg. Verder bewonder je er bijzonder gedetailleerde peperkoekenkunst. Een hart, een trouwjurk of een koets met paardenspan hoeft niet per se in gips of brons, het kan allemaal ook in peperkoek.
De traditie van peperkoek gaat ver terug. Een vlaag van weemoed overvalt me bij de simulaties van hoe het vroeger is geweest, de kleine kruidenier, een statig bureau met telefoon met vaste lijn, een dorpscafé. Bovendien leer je in dit museum nog wat bij over het productieproces door de eeuwen heen.
Het Ostromecko Paleis
Ergens halfweg tussen Toruń en Bydgoszcz ligt Ostromecko Park en Palace Complex, een groene oase van pakweg 36 ha groot. Rechts het oude paleis, links het nieuwe in Rococostijl, balzalen, tentoonstellingsruimten, hotelkamers en restaurant.
In de achttiende eeuw kocht een kastelein een landhuis. Het stond op een helling aan de Wisla en moest uitsluitend dienen om feest te vieren. Aan elk feest komt uiteindelijk een einde, het kasteel werd eerst een opvanghuis voor gehoorgestoorden en herbergt vandaag, er zit enige ironie in verscholen, een fabelachtige verzameling historische piano’s en accordeons. Bij het naar boven gaan kraakt de nog altijd originele 18de-eeuwse trap onder je voeten. Hautain schuifelt de oude huiskat met je mee. Grote wandtapijten en portretten van de eigenaars in de trapzaal vertellen oude verhalen. Het overgrote deel van de piano’s op de eerste verdieping zijn nog fijn gestemd, andere zijn gewoon de moeite waard om alleen maar naar te kijken. Aan de voet van de tuin glinstert de Wisla, paartjes komen er romantisch kijken naar de dalende avondzon.
In het nieuwe paleis houdt men concerten en culturele evenementen en bouwt men af en toe een feestje. Voor weinig geld kan je er al een kamer boeken. En je kan er ook bijzonder lekker en overdadig eten. De tafel wordt gedekt in het salon. De keuken werkt uitsluitend met lokale producten, dus tovert de ober met veel flair een carpaccio van rode biet, avocado, appel, rucola, walnoten, blauwe kaas en mosterd-balsamico saus op tafel. Volgt een witte asperge crème met tomaat en groene olijfolie. Een eendenbout in krentensaus met gebakken appel, gekarameliseerde biet en aardappelknoedels. Voor de sinaasappel cheesecake met vanillesaus, gebrande witte chocolade en slagroom moet ik een plaatsje zoeken, maar het zo lekker allemaal dat het vanzelf lukt.



Toruń of Bydgoszsz?
De steden Bydgoszsz en Toruń, in het noorden van Polen, zijn zogenaamde tweelingsteden. Een echte agglomeratie. Al sinds het begin van deze reis vraag ik me af welke stad nu de leukste is. De mooiste. En ook al ben ik nog maar in de helft van de reis, ik denk dat ik het antwoord eigenlijk al weet.
Lees snel Eén verhaal, twee steden: Bydgoszsz
Reis naar Toruń
De steden Toruń en Bydgoszsz liggen in het noorden van Polen en staan bekend als tweelingsteden. Maar lijken ze echt zo op elkaar?
De snelte manier om Toruń en Bydgoszsz te bereiken, is door een rechtstreekse vlucht van Brussel naar Lodz te nemen. Van daaruit reis je verder met de taxi of de huurauto.
Reis je liever met je eigen auto naar Toruń en Bydgoszsz, dan moet je ongeveer 1150 kilometer rijden.
Hotel in Toruń
Restaurants in Toruń





Leave a Reply