over zanskar in ladakh

Padum, Zanskar. 6u30 in de ochtend. Gyaltsen klopt op de deur en biedt me een kop thee aan. ‘Had a good sleep, Sir?’ De obligate vraag die beantwoord wordt met wat goedkeurend geknor. Een ochtendmens zal ik nooit worden.

Met de thee in de hand sjok ik naar buiten. Een stop in de kleine keuken van het guesthouse.”More tea?”. Al meer dan een uur is de kok hier aan het werk: chapati’s en pannenkoeken bakken, fruit snijden, porridge klaarmaken,… Ze weten hier hoe ze ons moeten verwennen, dat staat vast.

Eenmaal buiten doet de kou me huiveren. Het is nochtans juli, maar ’s ochtends ligt hier hoog in de Himalaya rijm op de daken. Ik zoek het eerste zonlicht op, boven op het dak van ons guesthouse. Mijn groep ligt nog vast te slapen en droomt ongetwijfeld nog van wat we de voorbije twee dagen meemaakten.

lichtspel zanskar

Voor het vierde jaar op rij reis ik met een klein groepje van Kashmir naar het vrijwel onbekende Zanskar in de Indische Himalaya. Een lastige reis met jeeps langs pistes nauwelijks die naam waardig. Twee lange ritten van meer dan 8 uur brachten ons hier op bijna 4000 meter hoogte in een vallei waar jaarlijks slecht enkele honderden buitenlanders komen. Nervositeit alom in de groep voor het vertrek: 8 uur in een jeep zitten, je kan het bezwaarlijk een luxe-vakantie noemen. Gisteravond arriveerden we dan in Padum met vijf jeeps met vermoeide, maar gelukkige reizigers.

We startten twee dagen geleden vanuit Kargil met een uurtje asfalt (“hoezo, je had ons toch gezegd dat de weg slecht was?”), maar dan begon het avontuur. Soms tegen minder dan 10 km/uur draaiden en keerden we langs smalle bergwegen. Na enkele uren kwamen de toppen van de Kun en Nun, twee heilige zevenduizenders in zicht, wat het leed van de fotografen in de groep enigszins verzachtte.

Na de lunch doorkruisten we enkele rivieren en arriveerden uiteindelijk bij valavond in een brede riviervallei waar de ondergaande zon een prachtig lichtspel op de bergflanken opvoerde. Heel in de verte rees een eeuwenoud boeddhistisch klooster uit de vlakte op: Rangdum. Aan de voet hiervan lag onze overnachtingsplaats: een eenvoudig tentenkamp gerund door enkele lokale jongens.

Na een ontmoeting met de monniken (en het eerste kopje zilte boterthee) reisden we de volgende ochtend verder naar Padum. Langs een hoogvlakte waar honderden marmotten langs de weg dartelden, klommen we langzaam naar de 4500 meter hoge Penzi La-pass. Het verplichte groepsfotootje en dan verder scheuren naar beneden om dan plots te stoppen aan een bocht in de weg. Iedereen uit de jeeps. Net na de bocht ontvouwde de Drung Drung gletsjer zich in al zijn pracht: 22 kilometer sneeuw- en ijsgeweld dat zich een weg baande naar de wild stromende Stod Rivier met op de achtergrond besneeuwde pieken. Het hoogtepunt van de dag.

Ook letterlijk ging het nu alleen nog maar bergaf, langs de eindeloze hoogvlakten met steeds wisselende vergezichten en kleine dorpen die als stapstenen in het landschap verspreid lagen. Het was nog net licht toen we in Pibeting, een klein dorpje in de vallei van Padum, arriveerden. Enkele frisse pintjes later was het wagenleed vergeten en werden de foto’s van de dag druk becommentarieerd.

Intussen is de zon helemaal boven de bergen: tijd voor het ontbijt en voor nog meer Zanskar.

rangdum village

 Rik Van Belle, auteur van dit blog, is zaakvoerder-reisleider van My Himalaya, gespecialiseerd in unieke reizen in Nepal, India en Bhutan. Hij reist meerdere keren per jaar met kleine groepen naar de Himalaya en ontwikkelt ook reizen op maat.
 Zanskar is een afgelegen vallei in Ladakh in de Himalaya, op meer dan 3800 meter hoogte. De vallei is zes maand per jaar van de buitenwereld afgesneden. Tot voor enkele jaren was ze enkel bereikbaar na een lange tiendaagse voettocht door de bergen. Nu kan ze via een ruige jeeptrack ook langs de weg bereikt worden.
No Comments.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *