In Trysil

Dat is geen goed evenwicht heb, dat brengt mij zo af en toe wel eens in de problemen. Vooral als ik volmondig ‘ja’ roep als er me gevraagd wordt of ik zin heb om te gaan skiën. Nevermind dat ik dat niet zo goed kan, ik zie mezelf direct als een pro van die pistes vliegen.

Dat de skireis naar Noorwegen zou zijn, had er ook wel iets mee te maken. Ik hou van Noorwegen. Innig.
En zo kwam het dat ik op een zondag op het vliegtuig stapte richting Oslo. En van daaruit op de bus naar Trysil, een van de meest bekende én grootste skigebieden in Noorwegen.

Trysil
De gemeente Trysil is redelijk groot, maar dunbevolkt. Tenminste, als het op mensen aankomt. Het dorp en de bossen errond worden bewoond door zo’n 6500 mensen, 5700 elanden, een paar wolven en beren. Maar het dorp, en vooral het gebied rond de Trysilfjellet, heeft bijna 30.000 gastbedden.

Vlakbij het dorp rijst de berg Trysilfjellet, wat eigenlijk gewoon Trysilberg betekent, tot zo’n 750 meter op. Hoewel dus niet zo hoog, heeft de berg tientallen pistes voor elk niveau. De hotels en gastenhuisjes rond de Trysilfjellet liggen zo goed als aan de piste.

Ik, de gelukzak, logeerde in het Radisson Blu Mountain Resort, niet te verwarren met het Radisson Blu Resort aan de andere kant van de Trysilfjellet.
Dit betrekkelijk recente hotel ligt naast de piste. Kei gemakkelijk.

Ski Patrol en Isak
De eerste ochtend stond ik daar, helemaal ingepakt, klaar om te gaan skiën. Trouwe lezers herinneren zich nog mijn escapades van vorig jaar, toen ik mijn eerste skistapjes zette in Obereggen. Dat ging toen zo goed, dat ik er van overtuigd was dat dit ook direct goed zou gaan.

Dat was dus niet helemaal waar. Nog voor ik goed en wel op de piste stond, had ik een woepsie-momentje. Een hele felle duizeling zorgde er voor dat Ski Patrol gebeld werd, en ik op de scooter werd afgevoerd. Ok, helemaal niet stoer, maar stiekem kei plezant. Dat gaat aan een rotsnelheid die pistes op en af, seg.

Voor de rest van mijn dagen daar werd er in zeven haasten een skileraar opgetrommeld, die er voor moest zorgen dat ik overeind zou blijven. En zo leerde ik Isak kennen, mijn nieuwste skiheld, die goddank over superveel geduld beschikte. Binnen de kortste keren zag ik er bijna uit als een professionele skiër, zij het ietwat traag.

Langlaufen
Isak zorgde dus voor een beetje zelfvertrouwen op de latten. Kei tof, want ik zou ook leren langlaufen, of cross country skiën. Gezien het tragere tempo, dacht ik dat dit mij wel moest lukken. Ook daar bleek ik het schielijk fout te hebben. Langlaufen is verdorie kei moeilijk! Nochtans kreeg ik les van Anita Moen, meervoudige olympische medaillewinnaar in het langlaufen.

Dat de laarsjes veel comfortabeler zijn dan skibotten, dat is super. Maar die dingen klikken enkel vast bij de tip van de tenen, niet over de hele voet. Bovendien maak je een soort van lopende beweging, waarbij je de ene voet voor de andere schuift. De ski’s zijn supersmal, en passen in een door een sneeuwmachine gemaakt spoor.

Da’s, gelijk, een formule voor rampen. Ik lag dus ook meer in de sneeuw dan dat ik er op stond. Maar lachen!

Gezinsbestemming
Uiteindelijk had ik dolle pret die dagen in Trysil. Niet gemakkelijk, maar plezant. Trysil blijkt de perfecte bestemming voor zowel doorwinterde skiërs als beginners. In feite logeren er zelfs heel veel gezinnen. Dat het skigebied over één berg ligt, die dan ook nog eens een ronde vorm heeft, zorgt er voor dat je eigenlijk niet kan verdwalen. Zelfs als je off piste gaat, in de bossen, kom je uiteindelijk gewoon beneden aan de berg aan, waar alle wegen leiden naar de hotels en skiliften.

Om die reden is Trysil zo populair voor gezinnen: ouders kunnen hun kinderen met een gerust hart laten skiën. Er kan namelijk weinig gebeuren daar. En voor wie nog niet zo stabiel staat op de latten, is er de Trysil Skischool, waar ze skihelden bij de vleet hebben.

Meer weten? Dan kan hier terecht.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *