Connemara

Een roadtrip door Connemara

Connemara. Ik was al zo vaak in Ierland, en toch heb ik deze regio nooit eerder bezocht. En dat terwijl het schimmige westen van Ierland één van de meest authentieke regio’s van het land is, met scherpe bergen, diepe moerassen en kleine dorpen.

Connemara ligt in het westen van Ierland, ten noorden van de studentenstad Galway. Het landschap is eerder ruig en nat. Hoge bergen domineren het landschap, en ertussen liggen moerassen met hoge grassen begroeid. De wind kan er onverbiddelijk waaien, vooral aan de rotsige kusten. De Atlantische Oceaan slaat zich stuk op de inhammen en kleine eilanden. Wanneer het zonnig weer is, kan je aan de kust oneindig ver uitkijken. Maar vaker is het weer onstuimig, en schemeren de eilanden in en uit het zicht.

Connemara is dunbevolkt. Hoe kan het ook anders, met die moerassen en die wind? Kleine dorpjes liggen verholen tussen de bergen. Plaatsen waar het echte Iers nog dagelijks gesproken wordt en waar een soort van ongrijpbare geheimzinnigheid hangt. Maar hoewel het land mystiek aanvoelt, lijken de bewoners uit de Ierse klei getrokken. Robuust en vriendelijk, met een sterke aardse houding.

Connemara is mij op het lijf geschreven. Waarom was ik hier nooit eerder?

Connemara

Inagh Valley, in Connemara, is ongelofelijk mooi.

Roadtrip door Connemara
Ik begin mijn reis in Dublin. Na een korte vlucht vanuit Brussel haal ik een huurauto op, om aan mijn tocht te beginnen. Ierland is ruwweg zo’n 250 kilometer breed, en ik moet de hele breedte oversteken. Paar uurtjes rijden, toch? Nee hoor, hoewel het rijden op de autostrade heel vlot gaat, eisen het links rijden en de smalle plattelandswegen behoorlijk wat tijd en energie. Bovendien wil ik overal stoppen om foto’s te nemen, want hoe meer ik naar het westen reis, hoe mooier ik het vind.

Het is al avond wanneer ik aankom in het Leenane Hotel, aan het Killary Harbour fjord. Het regent zachtjes en de bergen aan de overzijde van het fjord zijn in mist gehuld. Maar dat hindert niet, binnen is het warm en huiselijk, met houten trappen en een open haard in het salon.
Ik logeer twee dagen in het Leenane Hotel. Twee dagen in een kleine kamer met van die oude, houten meubels. ’s Avonds dineer ik in het restaurant, waar ik geniet van Ierse vis en lamsvlees.

Connemara

Het dorp Leenane.

The Lost Valley: Ierland in hongersnood
Wanneer ik opsta, regent het nog steeds. Wat uitzonderlijk is, want ondanks de regenachtige reputatie die Ierland heeft, kan je meestal korte buien verwachten. Na een ontbijt in het hotel, rij ik om het Killary fjord heen. De route die ik neem, is deel van de Wild Atlantic Road, die zich langs de hele westkust van Ierland uitstrekt. Ondanks – of misschien wel vanwege – regen en mist is de route adembenemend mooi.

Connemara

De Doolough Vallei: zelfs in de mist valt het paars van de bloeiende heide op.

Connemara

Zulk verkeer op de weg!

Wanneer ik uiteindelijk de monding van het Killary fjord bereik, regent het bijna niet meer. Via een karrenspoor rijd ik naar een huis dat uitkijkt over de branding. Hier wonen Gerard en Maureen Bourke, op het land dat al zeven generaties in de familie is. Ze verwelkomen me met thee en een weerpraatje met hun heerlijke Ierse accent.
Met het project The Lost Valley kaderen de Bourkes de geschiedenis van hun familie in de Ierse geschiedenis. Het leven aan de westkust was hard, in het bijzonder tijdens de hongersnood. Ingezakte huisjes en overgroeide aardappelbedden zijn stille getuigen van het verhaal. Een bijzondere kijk in een leven dat nog niet zo heel lang geleden is. Een wandeling rond het domein duurt enkele uren en is afhankelijk van het weer. Je moet wel op voorhand reserveren, want plaatsen zijn beperkt.

In stilte rij ik terug naar Leenane. Ik neem dezelfde weg terug, en verbaas me over hoe anders het landschap er uit ziet in het zachtere licht van de namiddag. In Leenane ga ik aan boord van een catamaran van de Killary Fjord Boat Tours. Het water vertelt weer een heel ander verhaal. Waar nu viskwekerijen en mosselboerderijen liggen, gingen ooit de vissers de zee op in de hoop hun familie te voeden en nog wat over te hebben om te verkopen. Zo mooi als het hier is, zo hard moet het hier geweest zijn in de voorbije eeuwen.

Connemara

The Lost Valley is enkel bereikbaar via een smalle weg.

Clifden en de Sky Road
Het stadje Clifden is de onofficiële hoofdstad van Connemara. Bijna alle wegen leiden door Clifden. Het stadje is dan ook altijd gezellig druk. Toeristeren snuisteren in de winkeltjes, inwoners haasten zich langs de kleurige huizen naar huis.
Ik kijk er naar uit om Clifden te verkennen, maar toch voel ik een korte steek van spijt wanneer ik het rustige Leenane uitrij. De weg naar Clifden brengt me langs Kylemore Abbey en het Connemara National Park, twee plaatsen waar het de moeite waard is om even te stoppen. Al was het maar voor een foto.

Clifden is, zoals beloofd, druk. Ik laat mijn bagage achter in het gezellige Hillside Lodge en ga naar buiten. Het regent nog, maar in de verte zie ik de zon doorbreken. Hillside Lodge ligt aan de bekende Sky Road, een lus van zo’n 20 kilometer die start en eindigt in Clifden.
De Sky Road is smal en wentelt zich tussen de heuvels, steeds met uitzicht over de Atlantische Oceaan en zijn baaien en inhammen. Op de golven dobberen de Ierse curraghs, traditionele vissersbootjes die bestaan uit een met ossenvellen bespannen geraamte. Wanneer de wilde heide en brem in bloei staan, lijkt het alsof iemand handenvol verf over de kust heeft gesprenkeld.

Connemara

De Sky Road kijkt uit over de Atlantische Oceaan.

’s Avonds rij ik naar Cleggan. Een vissersdorp waar de vrachtwagens op de pier van de kleine haven staan. De geur van de zee is er altijd aanwezig, hoe hard de wind ook waait. Tussen de scheve huisjes aan het water ligt Oliver’s Seafood Bar. Klein en rommelig, met tientalle ingekaderde foto’s en krantenartikels aan de muur. Het personeel haast zich onvermoeibaar tussen de stamgasten en dagjestoeristen met borden vol krab en zeevruchten en vis. Het eten is hier ongecompliceerd en simpelweg lekker. De sfeer is opzwepend, vooral op woensdagavond, wanneer er live muziek is.

Connemara

Het dorpje Cleggan is een heus vissersdorpje.

Hoe plan je een reis naar Connemara?
De volgende ochtend rij ik weer terug naar Dublin. Ik wil onderweg stoppen in een stadje of dorp langs de autostrade, maar het weer laat zich weer gelden en ik kom maar traag vooruit. Ik bereik gelukkig op tijd de luchthaven en sluit mijn reis af met een borrel Jameson. De Ierse whisky verwarmd me van binnenuit. Exact wat je nodig hebt om dat hartzeer, die heimwee te onderdrukken.

Connemara is, net zoals de rest van Ierland, wondermooi. Maar ik ben nauwelijks onbevooroordeeld. Ierland zit al jarenlang in mijn hart. Mijn bezoek aan Connemara heeft dat gevoel enkel versterkt. Naast het bruisende Dublin en de met heide begroeide Wicklow Mountains, lijkt Connemara een stap terug in de tijd te zijn. Tussen bergen schuilen de mystieke volksverhalen en legendes. De dorpjes zijn klein en gezellig. Een plaats om thuis te komen, ook al ben je ver van huis.

Je kan, zoals ik, naar Dublin vliegen en dan helemaal naar Connemara rijden. Maar het is veel handiger om naar Shannon te vliegen en daar een huurauto te nemen. In Connemara zelf vind je best wel wat hotels, maar je zal vooral B&B’s zien. Vooral in Clifden vind je gemakkelijk onderdak. Clifden is een goede uitvalsbasis om de rest van Connemara te verkennen. Te voet of per auto.

Connemara

Niet moeilijk dat ik overal wil stoppen om foto’s te maken.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *