Lausanne

citytrippen in lausanne

De herfst is daar en ik pak mijn koffers. Ik reis naar Zwitserland, waar ik in drie dagen drie steden zal verkennen. Steden die ingeklemd liggen tussen hoge pieken en omringd worden door enorme zoetwatermeren. De eerste stad die ik bezoek? Dat is Lausanne.

Het is vroeg en ik vlieg vanuit Brussel naar Zurich. Daar teen ik naar het treinstation, dat gewoon onder de luchthaven loopt. Zwitserland heeft een uitstekend treinnetwerk en dus zal ik mijn reis volledig met het openbaar vervoer afleggen. Snel, efficiënt, veilig en vooral: prachtig. De Zwitserse spoorwegen lopen over bergflanken, langs de meren, door bergpassen. Het uitzicht is altijd geweldig.

Uitzicht Grandvaux

Het uitzicht uit de trein is geweldig.

Een oogje op Lausanne

De trein slingert zich door het landschap en ik kijk door het raam naar het constant veranderende uitzicht. Ik reis in de eersteklas coupé en daar zit ik zo goed als alleen. En maar goed ook, want wanneer ik Lausanne voor het eerst door het raam zie, spring ik overeind. Mijn mond valt open.

Lausanne ligt op een steile helling aan het meer van Genève. Aan de overkant van het meer liggen hoge, besneeuwde bergtoppen. Het is een vreemd warme, drukkende dag en daarom hangen de wolken laag over het water. Rond Lausanne wordt wijn verbouwd, want de wijnranken groeien goed onder de zon en de invloed van het meer. Wijngaarden slingeren zich tussen kleine dorpen tot aan het meer.

Lausanne

Trappen helpen je door de stad.

Door de stad

Lausanne heeft een hoogteverschil van ruim 500 meter van de oever tot aan het meer tot aan het hoogste punt. De stad is opgedeeld in verschillende niveaus en wijken, die allemaal vlot te bereiken zijn met de automatische metro’s. Met de city card die je ontvangt bij elke overnachting, reis je gratis met het openbaar vervoer.

Ik logeer in hotel Moxy in Le Flon, een bruisende wijk met winkelstraten, restaurants en bars. Mijn kamer is klein en nogal hipster, maar prima voor een nachtje middenin de stad. Veel tijd neem ik niet in mijn hotel. Ik laat mijn bagage voor wat ze is en trek de stad in.

Lausanne is een wirwar van straten en steegjes. Vooral in het centrum vind ik oude gebouwen en gerenoveerde stadshuizen en kastelen. De kathedraal is indrukwekkend en mooi en op de toren vind ik een geweldig uitzicht over de hele stad en het meer.

De Kathedraal

De kathedraal van Lausanne.

Lausanne

Vanop de toren van de kathedraal.

Wijn en straatvoer

Van verkennen krijgt een mens honger en dus keer ik terug naar Le Flon, waar ik in de bar StreetCellar aan tafel schuif voor het aperitief. StreetCellar is een jonge bar, maar wel een die nu al potten breekt. Je drinkt er lokale, getapte wijnen en je eet er straatvoer met lokale ingrediënten. Kazen, charcuterie en vers gebakken brood met boter.

StreetCellar bevalt mij. De sfeer is ongedwongen. Kunst van lokale straatartiesten siert de muren en wat ik op mijn bord krijg is informeel en simpelweg lekker. Genieten is hier belangrijker dan formeel gedoe. En weet je maar weinig van wijn? Dan kan je proeven van het aanbod tot je er een vindt die je bevalt.

StreetCellar

Een wijntje?

Lichtjes beschonken – ik ken niets van wijn en dus zat er niets anders op dan te proeven – verlaat ik StreetCellar en zoek ik mijn weg naar Café du Grütli. Dit restaurant lijkt nog het meest op een bruine kroeg. Maar dan wel een waar je uitstekend kan dineren. Hier eet je seizoensgebonden, traditionele Zwitserse gerechten. Denk aan kaasfondue en Croûte de Chanterelles. Duimen en vingers.

Het sportieve Lausanne

Lausanne wordt ook wel de sporthoofdstad genoemd en dat komt omdat – onder andere – het Olympisch Comité zetelt in de stad. In de wijk Ouchy, aan de oever van het meer, kan je het Olympisch Museum bezoeken.

Het Olympisch Museum vertelt het verhaal van de Olympische Spelen in het oude Griekenland, maar vooral het verhaal van Pierre de Coubertin, die in 1896 de eerste moderne Olympische Spelen organiseerde.

Het museum documenteert de geschiedenis van de Olympische Spelen en heeft inmiddels een immense collectie documenten en voorwerpen. Van brieven van Pierre de Coubertin tot de eerste Olympische vlag tot gesigneerde kledij van atleten. Een deel van die collectie kan je bezichtigen.

Zelfs wanneer je maar weinig met (competitieve sport) hebt, is het museum een must see. De sfeer die er hangt is ongelofelijk aanstekelijk. Bovendien is de onderliggende boodschap van de Spelen overduidelijk in het museum: het is een vredevolle competitie tussen de landen van de wereld. Iets wat in vriendschap georganiseerd wordt. En dat is in onze tumultueuze wereld een Olympische prestatie.

Lausanne

de eerste Olympische vlag is tentoongesteld in het Olympisch Museum.

Reizen naar en door Zwitserland

Zwitserland is vanuit België gemakkelijk te bereiken met het vliegtuig of met de auto. Ik vloog met Swiss van Brussel naar Zurich. Van daaruit maakte ik gebruik van de Swiss Travel Pass, een meerdaags ticket waarmee je het openbaar vervoer onbeperkt kan gebruiken. Met de Swiss Travel Pass ben je dus vrij om te gaan en staan waar je wil. Gewoon je neus achterna.

Wat ik zo leuk vind aan het treinnetwerk in Zwitserland, is dat er niet alleen stations te vinden zijn in de steden, maar ook in de kleine, godvergeten plaatsjes. Je kan dus perfect een reeks citytrips maken met de trein, maar je kan evengoed afstappen in een bergdorp en naar het volgende station hiken. In een oogwenk zit je middenin de muisstille bergen.

Daarnaast is Zwitserland een veilig land. Ik legde mijn reis volledig solo af. Op mijn eentje wipte ik van stad naar trein naar stad. Nooit heb ik me ongemakkelijk gevoeld. Zelfs niet in de grootsteden. Redenen genoeg om van Zwitserland te houden.

Lausanne

de stad aan het meer.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *