In San Sebastian

Toen ik een Spaanse collega vertelde dat ik voor een paar dagen naar San-Sebastian vertrok, was ze helemaal enthousiast. You will love it, zei ze overtuigd. En inderdaad, mijn eerste voet op de bodem van San Sebastian gezet, en ik voelde het al, deze stad vind ik leuk!

We vlogen vanuit Brussel naar Bilbao. De mevrouw van het toeristisch infokantoor op de luchthaven van Bilbao raadde ons aan de rechtstreekse bus tot San Sebastian, of Donastia in het Baskisch, te nemen. Die bus vertrekt bij de luchthaven om het uur. Het busticket koop je gewoon aan een automaat of bij de chauffeur. De rit duurt ongeveer 1 uur en 15 minuten.

Voor het vertrek hadden we het al gemerkt: logeren kost hier meer dan in andere Spaanse steden. We boekten last-minute het Tryp San Sebastian Orly Hotel.

Filmfestival
De eigenlijke reden voor de hoge kostprijs is dat er ieder jaar, eind september, een filmfestival met meer dan 100.000 bezoekers wordt georganiseerd. Slechte timing dus. Of misschien ook niet, want een man in het hotel vertelde ons dat het er vorige week super slecht weer was. Laten we het dan maar als een goeie timing bestempelen.

Het hotel dat we uitkozen is een onderdeel van de Meliá Hotels and Resorts. De gevel ziet er niet uit, maar binnenin was het echt wel leuk ingericht. Het hotel ligt vlakbij het strand. Twee minpuntjes misschien: persoonlijk vond ik onze kamer wat te donker en de prijs van het ontbijt was voor ons wat hors catégorie. Als alternatief namen we ’s morgens ontbijt om de hoek van het hotel: in La Taberna de Blas. De ober bleek een supervlotte kerel en voor het ontbijt had ik de keuze tussen toast met tomaat, croissaints, boterkoeken en pintxos, Baskische tapa’s.

Kloostermuseum
We bezochten het San Telmo Museum. Het museum ligt in een oud klooster. Ik was eigenlijk wat teleurgesteld want het museum leek volledig vernieuwd te zijn. Ik was op zoek naar een rode draad doorheen de collecties en vond het soms wat vergezocht. Een deel van de tijdelijke tentoonstelling ging over de Eerste Wereldoorlog en als je afkomstig bent uit de streek van Ieper, betekent dat niet echt een vernieuwende ervaring.

Wat ik wel de moeite vond, waren de gerestaureerde muurschilderijen in de kerk van het museum (maar misschien ben ik hier lichtjes bevoordeeld door het feit dat mijn zus ooit restauratie muurschilderkunst studeerde?).

Monte Igueldo
Verder namen we ook de kabellift naar de Monte Igueldo. Het is eigenlijk eerder een kort treintje dat naar boven wordt getrokken door kabels. Bovengekomen heb je een leuk uitzicht over de baai van de stad. De lift is niet zo speciaal maar heeft wel iets nostalgisch. En dat heeft de hele stad eigenlijk. Het lijkt wel of de stad een aantal decennia is blijven stilstaan in de tijd. De bruggen, de lichtpalen langs de promenade of het stadhuis, het heeft allemaal een wat koninklijke uitstraling.

We genoten van een stralende zon. En dan moet er ook even kort tijd gemaakt worden voor een bezoek aan het strand. San Sebastian heeft drie stranden. Het Playa de la Concha is het grootste en meest populaire strand. Playa de Ondaretta is eigenlijk het verlengde van Playa de Concha. Op het einde van het strand, tegen de rotsen, staat het bekende beeldhouwwerk El Peine del Viento. Playa de la Zurriola is de plaats waar heel wat surfers in het water liggen te wachten op een van de grotere golven. Dit strand ligt aan de andere kant van de Monte Urgull. Het is niet altijd even duidelijk op stadsplannetjes, maar je kunt gewoon rond deze heuvel rondwandelen om tot bij Playa de la Zurriola uit te komen.

Een ding is alvast zeker, hier kom ik nog terug.

el-peine-del-viento

One Comment
  1. San Sebastian is inderdaad een toppertje! Vooral op gastronomisch gebied (van pintxos tot 3 sterren) is het het einde!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *